Het niet-handhaven bij de pallethandel in Haspelstrook wéér aan Raad van State voorgelegd (bijgewerkt januari 2020)

Timeline:

De recreatieondernemer die in februari 2017 het handhavingsverzoek heeft gedaan is op 10 januari 2020 opnieuw tegen de beslissing van het college van B & W in beroep gegaan bij de Raad van State. Zie de voorgeschiedenis en het procesverloop hieronder.

De voorgeschiedenis en het procesverloop:

Het college van B en W van Ermelo is door een aantal bewoners uit het Tonselse Veld in februari 2017 verzocht om te handhaven t.a.v. het (deels) illegaal gebruiken van Haspel 99-105 (Pallethandel Ten Hove) in Ermelo. Helaas was het nog niet mogelijk om als Stichting WRBT dit verzoek te doen omdat we toen nog niet als zodanig bestonden. Vandaar dat individuele personen in de bres moesten springen voor de belangen van velen in het gebied!

De tijdelijke gedoogbeschikking van april 2012 om perceel (Haspel 105) te gebruiken was namelijk al sinds april 2014 verlopen. Er worden ook veel te veel pallets (meer dan het dubbele) opgeslagen op het perceel Haspel 105 waardoor een potentieel gevaarlijke situatie ontstaat. Zie bijvoorbeeld de gevolgen van een grote palletbrand in Kampen in 2013. De feitelijke situatie is daardoor momenteel fors slechter dan in 2011. Belanghebbende bewoners hebben recht op het handhaven van de veiligheidsvoorschriften en de bestemmingsplan-voorschriften. Lees hier het volledige handhavingsverzoek.

Achtergronden: Waarom is de opslag van zo veel pallets gevaarlijk?
Bij een brand verbrandt geen vaste stof maar een gasvormige brandstof die door warmte vrijkomt uit het brandende object, we noemen dat pyrolyse. Naarmate het zogenaamde contactoppervlak groter is, verloopt dit vrijkomen van die gasvormige brandstof veel sneller. Vergelijk dit met een dikke boomstam en de dunne takken met naalden van een kerstboom. Die dikke boomstam brandt lang en gelijkmatig, die kerstboom kort en hevig. Een pallet vertoont in dit opzicht verregaande overeenkomsten met de kerstboom. Om brandoverslag naar omgeving te voorkomen en bestrijding mogelijk te maken moeten bepaalde afstanden aangehouden worden. Direct contact van vlammen met de omgeving is niet nodig, het is de stralingswarmte die funest is. Bij een woning-/schoorsteenbrand loopt de temperatuur op tot zo’n 500 a 600°C, dat is al zodanig heet dat we gepaste afstand nemen om ons niet te branden. Bij een palletopslagbrand lopen die temperaturen hoger op en, aangezien de stralingswarmte niet lineair maar zelfs tot 4e macht aan de temperatuur gerelateerd is, is het eenvoudig voor te stellen wat dit met aangrenzende woningen, bewoners, flora en fauna doet. Op internet is voldoende beeldmateriaal beschikbaar om hiervan een indruk te krijgen. Wat dan ook opvalt is dat dit soort bedrijven gevestigd is op bedrijventerreinen met passende infrastructuur, geschikt om branden onder controle te houden, blussen is veelal een utopie. Een tankautospuit heeft een beperkte hoeveelheid water aan boord, genoeg voor een autobrandje, maar niet voor een brand in een palletopslag. Aansluiting van blusvoorzieningen op de drinkwaterleiding vereist voldoende grote dimensionering daarvan. Dat laatste vormt zelfs in de bebouwde omgeving een steeds groter probleem omdat i.v.m. drinkwaterkwaliteit een hoge doorstroomsnelheid gewenst is en daarmee geringere doorsnede van leidingen. Zie voor verdere achtergronden ook beschikbaarheid bluswater: Sahara-rapport.
Voor incidentbestrijding bij een palletopslag zijn dit soort voorzieningen volstrekt ontoereikend. Aanvoer van bluswater moet uit open water plaatsvinden, maar waar vind je dat in deze omgeving? Hoe krijg je het materieel aangevoerd en hoe kun je voor veilige inzet zorgen als brandweer vanaf een weggetje zoals de Haspel. In toenemende mate luidt het ongeschreven beleid “als er maar geen slachtoffers vallen”. In de context van Natura2000 is de natuur bij een incident echter ook als slachtoffer te beschouwen.

Het vervolgproces:

15 juli 2017: De 1e reactie van het college van B en W van Ermelo:

Twee van de drie bewoners zijn na een beslistermijn van 4 maanden (80 werkdagen!) niet ontvankelijk verklaard omdat zij op een te grote afstand van de Haspel 105 wonen en geen zicht hebben op het desbetreffende perceel. Zij hebben inmiddels bezwaar aangetekend tegen dit besluit. De bezwaren zijn op 2 september 2017 behandeld in de adviescommissie voor Bezwaarschriften van de gemeente. De adviescommissie heeft geadviseerd om een nieuw besluit te nemen omdat de argumenten die het college hanteerde niet valide waren. Op basis daarvan heeft het college een verkeersonderzoek gedaan (Let wel: gedurende 14 dagen en óp het terrein van de pallethandel) naar het aantal vrachtwagens wat naar en van het bedrijf komt en beslist om de betrokkenen wederom niet-ontvankelijk te verklaren.

Een (andere) bewoner/recreatieondernemer (van de Haspel) heeft bijna 5 maanden (!) gewacht op het besluit van het college van B en W op het handhavingsverzoek. Op 15 juli 2017 is het besluit ontvangen. De essentie is dat op bepaalde onderdelen van het handhavingsonderzoek wél zal worden gehandhaafd en op andere onderdelen niet.

Korte samenvatting van de beslissing:
Het handhavingsverzoek was opgedeeld in 5 kernvragen. Per handhavingsverzoek wordt de reactie van het college gegeven.
❶ Op het achterste gedeelte van het perceel Haspel 101 (bestemming agrarisch) staan bouwwerken in strijd met de bestemming en waarvoor geen vergunningen zijn afgegeven.
Reactie college van B en W:  Op 18 mei 2017, ruim 2 maanden ná indiening van het 1e handhavingsverzoek op 2 februari, heeft er een controle op de terreinen aan de Haspel plaatsgevonden. Daarbij bleek dat op het perceel Haspel 101 meerdere illegale bouwwerken stonden nl. 3 droog-ruimtes met een oppervlakte van ca 210 m2 samen, een ketelhuis met een opp. van 41 m2, een opslagcontainer van ca 15 m2 en een shredder van ca 32 m2.
Het college treedt niet op tegen deze illegale situatie omdat er zicht is op legalisatie. Zij is bereid mee te werken aan het verlenen van een omgevingsvergunning door de duur van 5 jaar omdat dit mogelijk is op basis van het Besluit Omgevingsrecht. Zij doet dat omdat de vergunningsvereisten voor een tijdelijke vergunning minder zwaar zijn dan voor een vergunning van 10 jaar, men hoeft bijvoorbeeld niet te voldoen aan milieu-vereisten. Het college verwijst tevens naar het feit dat in de Visiekaart Tonselse Veld uit 2012 dit perceel al een bedrijfsbestemming had en het college van oordeel is dat die bereidheid om het bedrijf daar te handhaven nog steeds aanwezig is.
Het college besluit tevens dat er geen sprake is van strijdigheid van het Integraal toezicht- en handhavingsbeleid omdat er concreet zicht is op legalisatie.
❷ Op het achterste gedeelte van Haspel 101 worden in strijd met de bestemming pallets opgeslagen.
Reactie college van B en W: Het handhavingsverzoek ten aanzien van de illegale palletopslag op de achterzijde van perceel 101 wordt toegewezen. De pallets moeten hier verdwijnen en hier zal worden gehandhaafd.
❸ Op perceel Haspel 105 (bestemming agrarisch) wordt pallets opgeslagen in strijd met de bestemming. De gedoogbeschikking is sinds 2014 verlopen en de opslag voldoet niet aan de gedoogbeschikking.
Reactie college B en W: Tijdens de controle is geconstateerd dat er op perceel Haspel 105 6774 m2 pallets (dat is bijna 44.000 m3 pallets) staan opgesteld terwijl de verlopen gedoogvergunning slechts sprak over een toegestane hoeveelheid van 2850 m2. Er staan dus 137% te veel pallets. Het besluit spreekt over het feit dat er zal worden gehandhaafd ten opzichte van het meerdere van 2850 m2 pallets, met andere woorden er dienen 3924 m2 pallets te worden verwijderd. Uitgaande van een gemiddelde hoogte van de stapel pallets van ca 6,5 meter is dat ca 25.500 m3 pallets.
Het college is van mening dat er zicht bestaat op legalisatie van de palletopslag en net als bij de illegale gebouwen (zie onder 1) wil het college een tijdelijke omgevingsvergunning gaan verlenen voor 5 jaar. Ook hier verwijst men naar de argumentatie op basis van de besluitvorming met betrekking tot de Visiekaart Tonselse Veld 2012. Het college herhaalt het standpunt dat de bereidheid tot legalisatie van bedrijvigheid in strijd met de agrarische bestemming nog steeds aanwezig is.
❹ Op perceel Haspel 99 worden pallets opgeslagen, wederom in strijd met de bestemming.
Reactie college van B en W: Tijdens de controle bleek dat er ook ca. 115 m2 pallets stonden opgesteld achter perceel Haspel 99. Dit is in strijd met de agrarische bestemming . Men gaat handhavend optreden.
Op de percelen staan lichtmasten die licht uitstralen naar het achtergelegen Natura2000 gebied.
Reactie college van B en W: De verzoeker wordt niet ontvankelijk verklaard omdat hij niet heeft gesteld dat hij zelf overlast van de lichtmasten heeft. Zijn vrees en gevoel van betrokkenheid van effect op de natuur in het Natura2000 gebied onderscheid hem niet van andere bewoners van Ermelo en wordt niet voldoende geacht om hem als belanghebbende aan te merken.

23-8-2017: Het bezwaarschrift op het besluit van het college van B en W:

Op 23 augustus 2017 is een bezwaarschrift ingediend tegen het besluit van het college van B en W. Het bezwaarschrift is gericht op het niet handhaven tegen de illegale bebouwing (Haspel 101) en het gebruik daarvan én het niet handhaven van de opslag van pallets op perceel Haspel 105 (zie de punten 1 en 3 hierboven). Het bezwaarschrift met bijlagen treft u hierbij aan.

Op 12 oktober 2017 is het bezwaarschrift in de onafhankelijke adviescommissie voor de bezwaarschriften van de gemeente, behandeld.

13-12-2017: Het besluit op het bezwaarschrift door het college van B en W:

Op 13 december 2017 heeft het college van B en W een beslissing genomen op het bezwaarschrift. Het college heeft het advies van de onafhankelijke commissie voor de bezwaarschriften niet overgenomen. Ondanks het feit dat de commissie adviseerde het bezwaar gegrond te verklaren en een nieuw besluit te nemen omdat er geen belangenafweging was gedaan en omdat er geen concreet zicht op legalisatie was, heeft het college van B en W gemeend om hieraan toch voorbij te gaan omdat er in november 2 vergunningaanvragen (16 en 18 november) zijn gedaan door de ondernemer. Saillant detail: overigens pas nadat de adviescommissie op 7 november haar advies aan het college had uitgebracht.

Op de belangenafweging én andere argumenten van het bezwaarschrift is door het college niet ingegaan. Lees het besluit van het college van B en W van 13-12-2017. Volgens het college hebben de aangevoerde argumenten in het bezwaarschrift, zonder ze overigens te weerleggen, een ‘onvoldoende evindent karakter’.  Of dit standpunt gaat standhouden zal in de vervolgprocedure bij de rechtbank blijken.

Het college handhaaft ondanks toezegging op onderdelen van haar eigen besluit, niet!

Opvallend punt is verder dat het college van B en W in haar besluit van 13-12-2017 wel zegt, dat zij zal gaan handhaven op de hierbovengenoemde punten 2, 3 (deels) en 4, maar dat NIET doet. Er is weliswaar op 18 december 2017 een voornemen tot last onder dwangsom uitgegaan (lees hier) naar de eigenaar maar daar is nooit een vervolg op gekomen van de zijde van het college van B en W. Pas na 2 jaar en het is dan februari 2020, wordt er een nieuw voornemen tot een last onder dwangsom verstuurd. Lees ook het aparte onderwerp hier >

23-7-2018: Resultaat van het beroep bij de Rechtbank Arnhem: beroep gegrond:

De recreatieondernemer van de Haspel die een bezwaarschrift heeft ingediend, is in beroep gegaan bij de Rechtbank Arnhem. Deze zaak heeft gediend op 9 juli 2018.

De Rechtbank Arnhem heeft op 23 juli 2018 uitspraak gedaan en het beroep gegrond verklaard. De Rechtbank is van mening dat het college van B en W ten onrechte het verzoek tot handhaving heeft afgewezen op grond dat er sprake zou zijn van concreet zicht op legalisatie en heeft de zaak terug verwezen naar het college van B en W. Het college dient binnen 12 weken (uiterlijk vóór 15 oktober 2018) een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak en moet ook de griffie- en de proceskosten van de recreatieondernemer aan de Haspel te betalen.

Ons commentaar: Laten we hopen dat het college van B en W nu eens achter hun oren krabben en nadenken over waar ze mee bezig zijn in dat gedeelte van de Haspel. Eerst een objectief haalbaarheidsstudie naar eventuele verplaatsing van de bedrijven en geen legalisering van uitbreiding van bedrijven of nieuwvestiging (zie Haspel 125). De gemeente laat zich “gijzelen” door (de adviseurs van de) ondernemer(s) die steeds maar door het aanvragen van omgevingsvergunningen proberen hun juridische en economische positie te verstevigen in dit gebied. Het college gaat daar keer op keer in mee in plaats van dat zij gewoon eens NEE zegt en zorgt dat de afspraken uit 2014 (het haalbaarheidsonderzoek) worden nagekomen. De burger moet weer zelf een juridische procedure aanspannen om aan te tonen dat de argumentatie niet deugt.

31-8-2018: Het college van B en W gaat pro forma in hoger beroep tegen beslissing rechtbank bij Raad van State

Het college van B en W heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Arnhem. De recreatieondernemer heeft dat op 31 augustus 2018 vernomen van de griffie van de Raad van State. Op 11 augustus j.l. hebben wij vernomen dat er sprake is van een “pro-forma beroep” omdat het college meer tijd nodig heeft om af te wegen wel of niet in beroep te gaan.

27-9-2018: Het college van B en W trekt het pro forma hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank weer in.

De recreatieondernemer heeft zonder verdere opgaaf van redenen vernomen dat het college van B en W het pro forma beroep bij de Raad van State had ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank heeft ingetrokken. De feitelijke situatie is dus dat het college van B en W de opdracht van de rechtbank verder dient uit te voeren en dat is een nieuwe inhoudelijke beslissing nemen op het bezwaar met inachtneming van de uitspraak van de rechter vóór 15 oktober as.

26-10-2018: Het college van B en W neemt nieuwe beslissing en gooit het over een andere boeg

Na 14 weken (!) heeft het college van B en W een nieuw besluit genomen.  Zij gooit het sinds de start van het handhavingsverzoek, nu 20 maanden geleden, over een heel andere (juridische) boeg maar doet nog steeds niets aan de illegale situaties!

Men verlaat het spoor van “concreet zicht op legalisatie” en is nu van mening dat het onevenredig is om nu tot handhaving over te gaan. Omdat er nog een haalbaarheidsonderzoek naar eventuele verplaatsing moet worden uitgevoerd en er dus nog geen duidelijkheid bestaat over verplaatsing van het bedrijf. Mocht uit het haalbaarheidsonderzoek blijken dat het bedrijf niet verplaatst kan worden en wel planologisch zal worden ingepast, heeft het bedrijf, als wél zou worden gehandhaafd, onnodig aanzienlijke kosten gemaakt. Men vindt dat het om die reden onevenredig is om een dergelijke kapitaalvernietiging van de eigenaar te vergen.

Behandeling bij Raad van State:

De betrokken recreatieondernemer heeft daar (samen met de Stichting WRBT uiteraard) een heel andere mening over en is in beroep gegaan bij de Raad van State. De zaak is op 28 mei 2019 behandeld.

Beslissing Raad van State 17 juli 2019: wéér een onzorgvuldig genomen besluit.

Op 17 juli 2019 heeft de Raad van State uitspraak gedaan. Kort samengevat: 1. er is géén concreet zicht op legalisering van de niet vergunde bouw en het illegale opslag van pallets; 2. handhaving is niet onevenredig en er is in de belangenafweging door het college van B en W uitsluitend gekeken naar de belangen van de pallethandel en niet die van de recreatieondernemer. Met andere woorden ten aanzien van dat laatste is er sprake van een onzorgvuldig genomen besluit.  Het college van B en W moet binnen 3 maanden een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak van de Raad van State. Lees de uitspraak hier ⇒

Ons commentaar: Het bijzondere in deze zaak is dat gedurende de 30 maanden dat deze zaak nu loopt, het college van B en W voor de 3e keer (!) gewezen wordt op onzorgvuldig genomen besluiten, de 1e keer door de eigen Adviescommissie Bezwaarschriften, voor de 2e keer door de bestuursrechter in Arnhem en nu, voor de 3e keer, ook wéér door de Raad van State. Het netto resultaat is dat de burger grote kosten moet maken én dat de illegale situatie dus zeker al sinds 2014 (dus al 5 jaar!) voortduurt zonder dat de wettelijke taak – de beginselplicht tot handhaven bij illegale situaties – door het college van B en W en in het bijzonder de burgemeester, wordt uitgevoerd. Uiteraard is het ons bekend dat er bij illegale situaties gekeken moet worden of er eventueel kan worden gelegaliseerd, maar omdat nu keer op keer wordt bevestigd door rechterlijke instanties, dat daar geen juridische argumenten voor zijn, moet de burgemeester ook zijn verantwoordelijkheid nemen en zijn wettelijke taak uitvoeren. Na alles wat er is gebeurd, doet hij in zijn reactie naar de pers net voorkomen alsof hij wil doorgaan op de ingeslagen weg en dat is zijn enige reactie! 

Het zou de politiek (raadsbreed) sieren als zij tegen deze burgemeester zouden zeggen: “Tot hier en niet verder!”

22-10-2019 Nieuw beslissing van college van B &W

Op 22 oktober 2019 heeft het college van B & W in opdracht van de Raad van State opnieuw beslist. Lees die beslissing hier.

In het besluit stelt het college van B & W een paar belangrijke punten vast:

  1. er is sprake van geluid- en geuroverlast van de pallethandel en de verkeerveiligheid is in het geding;
  2. de houtkachel (waarin het afvalhout van de pallethandel wordt verbrand) brengt schadelijke stoffen in de lucht vlakbij een N2000 gebied (zie onderstaande foto);
  3. de pallethandel slaat regelmatig meer pallets op dan wordt “gedoogd”;
  4. het naburige recreatiebedrijf wordt in zijn economische belang getroffen omdat de pallethandel buiten de kaders van het bestemmingsplan werkt;
  5. de pallethandel profiteert al jaren van de financiële voordelen van de illegale gebouwen en de strijdige situatie m.b.t. de palletopslag.
Uitstoot houtverbrandingsoven boven Natura2000

Het college van B & W besluit echter dat de handhaving m.b.t. de niet vergunde bouwwerken (waaronder de al ruim 10 jaar illegale houtoven) en het strijdige gebruik van de palletopslag wordt gekoppeld aan de beslissing met betrekking tot het haalbaarheidsonderzoek. Er wordt niet gehandhaafd om de gesprekken over de verplaatsing van de bedrijfsactiviteiten niet te verstoren!

Ons commentaar: Het enige wat het college van B en W doet in het nieuwe besluit is de eerdere belangenafweging waarin men tekortschoot, aanvullen met een aantal argumenten die de argumenten van de bezwaarmaker juist ondersteunen (zie hierboven). Het college van B en W concludeert dat er niet wordt gehandhaafd omdat het nu handhaven, het onderzoek naar verplaatsing niet ten goede zou komen en de gesprekken over verplaatsing verstoort. Dat is heel vreemd, want het gaat bij de gesprekken over verplaatsing uiteraard alleen over de legale bedrijfsactiviteiten en NIET over de illegale activiteiten. Het college heeft het ook over een onderzoek naar een eventuele verplaatsing dat (nog) niet openbaar is en niemand inhoudelijk kent. De uitgangspunten en analyse(s) in het rapport zijn (nog) onbekend en kunnen niet (politiek) worden getoetst plus de uitwerking van het onderzoek ligt ook nog “in de toekomst”. Transparante en duidelijke besluitvorming is ver te zoeken terwijl de niet-handhaving daarop wél is geschoeid.

Volgens ons staat het haalbaarheidsonderzoek naar een eventuele verplaatsing van meerdere bedrijven in de Haspelstrook los van het concrete handhavingsverzoek dat slechts gaat over een aantal aspecten van illegaal en strijdig gebruik bij één bedrijf. Het college van B & W maakt het nodeloos ingewikkeld en laat de jarenlange inbreuken op de woon- en leefomgeving gewoon voortduren, terwijl het heel eenvoudig anders kan, nl. gewoon handhaven tegen illegale en niet vergunde activiteiten/situaties. Niet meer en niet minder. De gesprekken over verplaatsing van de bedrijfsactiviteiten en vervangende bestemmingen voor de percelen zijn onderdeel van een geheel ander traject met ook andere en verschillende mensen en organisaties, tijdstrajecten en belangen.

Resteert onze vraag: heeft de “beginselplicht tot handhaving” in Ermelo nog IETS te betekenen?

Januari 2020: Beroep tegen beslissing college van B & W bij Raad van State

De betrokken recreatieondernemer is op 10 januari 2020 tegen de beslissing van het college van B & W in beroep gegaan bij de Raad van State.

Kort samengevat komt zijn beroepschrift er op neer dat niet danwel onvoldoende is onderbouwd waarom a) handhaving op dit moment het verplaatsingsonderzoek zou doorkruisen, b) het lange termijn belang reëel en realistisch is en zwaarder dient te wegen dan de overige belangen en c) het besluit van B &W (waarin planningen en einddata ontbreken) een gedogen voor onbepaalde tijd inhoudt.

Zodra er een zittingsdatum is bepaald, zullen de relevante stukken hier worden opgenomen.

Wordt vervolgd….